Extra blog over jeugd: Onzekerheid bij kinderen speelt vaker een rol dan je denkt

Onzekerheid bij kinderen (en volwassenen) speelt vaker een rol dan je denkt

Onzekerheid is vaker de oorzaak van bepaald gedrag en moeilijkheden bij kinderen (en bij volwassenen trouwens ook) dan je denkt. Het lastige is dat elk kind anders is, elk kind er last van heeft op een ander moment en het zich ook bij elk kind anders uit (boos, frustratie, blokkeren, huilen). Dat betekent dus dat je goed moet kijken of het inderdaad een rol kan spelen, op welke manier en wat dan de beste aanpak kan zijn. Want dat verschilt per kind, terwijl de basis (onzekerheid) hetzelfde is.

Twee voorbeelden waarbij een kind (of iemand) een opdracht krijgt, maar op verschillende momenten onzeker wordt en de hulp dus ook op een ander moment ingezet moet worden. Een ‘opdracht’ moet je trouwens zien in de breedste zin van het woord. Dat kan van alles zijn, maar in ieder geval iets wat gedaan moet worden. Een taak, een rekenopdracht, het moeten eten, een spelletje doen, van de glijbaan gaan, een nieuw persoon ontmoeten, ergens naar toe gaan. Maakt niet uit wat.

Het eerste kind is een kind die bij voorbaat al onzeker is over nieuwe dingen. Dat treedt dus op direct na het horen of zich bewust worden van de opdracht die gaat leiden naar een onbekende, enge situatie (in hun ogen dan). Dus, daar willen ze vaak al niet aan beginnen. De één huilt en hangt aan moeders been, de ander wordt boos en brutaal. De reactie kan van alles zijn. Deze kinderen kun je dus het beste voorbereiden, zij houden van ritme en structuur, voorspelbaarheid vinden ze fijn en in kleine stapjes mee aan de hand genomen worden om een succeservaring op te doen (zie eerdere blog ). Ze houden van duidelijkheid, regels en consequent zijn zodat ze weten waar ze aan toe zijn in hun spannende leven dat elke dag vol zit met onbekende, nieuwe prikkels.

Het tweede kind is een kind wat overal aan begint, niet bang lijkt, opdrachten nieuwsgierig aanneemt, maar tijdens of aan het eind van de taak gaat twijfelen of hij of zij het wel goed heeft gedaan. Faalangstig en perfectionistisch. Een piekerend, zich snel zorgen makend, nadenk kind. Ze laten die onzekerheid zien door bijvoorbeeld stil en teruggetrokken te zijn, lichamelijke klachten (hoofdpijn, buikpijn) te hebben, opgeven en gillen “ik kan het toch niet”, slecht slapen, huilerig zijn, zenuwachtig en stresserig, veel vragen stellen, zich steeds meten aan anderen en zich vergelijken met hen. Deze kinderen hebben behoefte aan geruststellende uitleg over dat “je best doen genoeg is”, dat iedereen anders is en dat je niet alles goed hoeft te kunnen. Aan extra complimenten, duidelijkheid en feiten over de dingen waarover ze piekeren, zaken niet zo zwaar maken, helpen met relativeren, even op weg helpen tijdens een opdracht en het vertrouwen dat ze bij iemand hun vragen en verhaal kwijt kunnen

Bovenstaande tips zijn natuurlijk handig voor alle kinderen, maar je legt het accent net iets zwaarder op het ene dan op het andere afhankelijk van wat voor type kind je hebt.

Wil je graag overleggen over wat voor type kind jij hebt (of misschien wel over wat voor type je zelf bent)? Of wil je wat meer praktische uitleg over hoe om te gaan met onzekerheid bij kinderen? Neem dan contact op via info@basisbegrip.nl

zelfvertrouwen-bb

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s